Wat is asbest ?

Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen (silicaten), die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Deze kunnen zo fijn zijn dat zij niet met het blote oog waar te nemen zijn.

Asbest is een natuurlijk product. Het is een delfstof die wordt gewonnen in onder andere Zuid-Amerika, Rusland en Canada. Er bestaan verschillende soorten asbestmineralen. Asbestvezels zijn onder te verdelen in twee hoofdgroepen:

  • de spiraalvormige of serpentijnachtige, waaronder chrysotiel (ofwel wit asbest)
  • de rechte of amfiboolachtige, waaronder crocidoliet (blauw asbest), amosiet (bruin asbest),anthophylliet (geel), tremoliet (grijs) en actinoliet (groen).

Alleen aan de kleur van het ruwe asbest kan men zien tot welke soort het asbest behoort. Wanneer het materiaal verwerkt is, kan dat niet meer. Alleen laboratoriumanalyse kan dan nog uitsluitsel geven. De Russische stad Asbest is evenals de Canadese stad Asbestos (in de provincie Québec) vernoemd naar dit natuurlijke product c.q. de verzamelnaam voor deze mineralen.

Gebruik van asbest

Asbest wordt al sinds de oudheid gebruikt: in het Rome van de oudheid gebruikten de Vestaalse maagden het voor hun lampenpitten voor eeuwig brandende lonten. De Romeinse schrijver Plinius spreekt ook van een onbrandbare stof die gebruikt werd als lijkwaden voor koningen. Hierdoor werd de as van het vuur niet gemengd met de as van de edele. Arabische troepen zouden asbest in de strijdkledij verwerkt hebben zodat ze bij een bestorming brandbommen konden gebruiken en toch zelf aanvallen. Karel de Grote had een tafelkleedvan asbest dat hij tot verbijstering van zijn gasten in het vuur wierp na de maaltijd. In de Eerste Wereldoorlog zijn de vezels toegepast als filtermateriaal in gasmaskers.

Vanaf 1945 is asbest tot in de jaren tachtig veelvuldig gebruikt in gebouwen, woningen en installaties, vanwege bepaalde nuttige eigenschappen: het is sterk, slijtvast, isolerend en bovendien goedkoop. Het werd bijvoorbeeld gebruikt in:

  • asbestcement: onder meer gebruikt in dakbedekking als golfplaten en dakleien, rioolbuizen, schoorsteenpijpen, bloembakken, warmhoudplaatjes, enzovoort. In deze toepassing zijn de vezels stevig gebonden en komen ze niet vrij zolang het materiaal in goede staat en onbeschadigd is. Het bewerken ervan wordt afgeraden;
  • spuitasbest: is tot 1978 veel toegepast als brandwerend en isolerend middel in schepen en gebouwen. Het is zeer kwetsbaar en bij beschadiging en onoordeelkundige verwijdering leidt het tot grote asbestvezelverspreiding;
  • remmen: in oude auto’s, vrachtwagens en liften kan nog asbest worden gevonden, inmiddels is het vervangen door aramide zoalsTwaronvezels;
  • asbestkoord: als afdichting voor kachels en stookketels;
  • vloerbedekking: onder vinylvloeren werd vroeger (tot ongeveer 1980) soms een asbestviltlaag aangebracht.
  • verharding van buitenwegen: door asbestcementfabrieken gratis afgestaan afval werd in de verre omtrek ervan gebruikt voor onder meer erfverharding.
  • elektrische isolatie: de elektrische bedrading van Monotype-gietmachines werd met asbest geïsoleerd.

Asbestvezels komen in de buitenlucht voor in concentraties van 20 tot 40 vezels per m³. De voornaamste bronnen van asbestvervuiling in de buitenlucht zijn asbestcementproducten en incidenten zoals brand en sloop in gebouwen die asbest bevatten. In de jaren tachtig lagen de concentraties veel hoger, van 100 tot 1000 vezels per m³ met uitschieters tot tienduizenden vezels per m³ in de buurt van asbestbronnen. Het verkeer vormde toen de voornaamste vervuiler.

Effecten van asbest op de gezondheid

Zolang asbest in gebonden toestand verkeert, is er geen gevaar voor de gezondheid. Als losse asbestvezels worden ingeademd lopen zij vast in de kleine luchtwegen en longblaasjes. Daar worden de kleine vezels opgenomen door macrofagen (opruimcellen). Vezels die hiervoor te groot zijn, kunnen gaan migreren (wandelen) in de weefsels. Ook kunnen zij zich via de lymfebanenverspreiden en zo terechtkomen op plaatsen ver verwijderd van de kleine luchtwegen. Opgehoeste losse vezels en macrofagen kunnen worden ingeslikt en verlaten het lichaam via het darmstelsel.

Asbestziekten

Als gevolg van blootstelling aan asbest, kunnen verschillende asbestziekten ontstaan:

  • asbestose
  • asbestpleuritis
  • longkanker
  • mesothelioom (zowel aan longvlies, buikvlies als hartzakje)
  • pleuraverdikking

De meeste ziekten openbaren zich pas tientallen jaren nadat de blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden en zijn niet of nauwelijks te genezen. In Nederland sterven volgens de Gezondheidsraad jaarlijks naar schatting zo’n 1600 mensen aan asbestziekten.

Blootstelling

De kans op het krijgen van asbestziekten is afhankelijk van de totale hoeveelheid ingeademde asbestvezels. De zogeheten cumulatieve blootstelling, met als eenheid vezeljaar, is het product van de blootstellingsconcentratie(uitgedrukt in vezels per kubieke centimeter) en de blootstellingsduur (in arbeidsjaar). Eén vezeljaar is dus 1 vezel per ml x 1 arbeidsjaar. Eén arbeidsjaar bestaat uit 240 werkdagen van 8 uur. Naarmate het aantal vezeljaren toeneemt, neemt ook de kans op asbestziekten toe.

Voor het blootstellingsniveau van asbest, waaronder er geen verhoogd risico op kanker of mesothelioom zou voorkomen, is er geen veilige grens. Voor het krijgen van asbestose moet er minimaal 5 vezeljaar blootstelling aan asbest zijn geweest. Het relatieve risico op longkanker na blootstelling aan asbest is 3,5.

Kanker

Aanvankelijk werd gedacht dat het vooral de chemische samenstelling van asbest was die verantwoordelijk is voor de kankervorming. Dit leidde tot de veronderstelling dat blauwe asbest de boosdoener was en dat witte en bruine asbest door hun andere chemische samenstelling minder gevaarlijk zouden zijn. Deze opvatting is terug te vinden in de wetgevingen op dit gebied in een aantal landen: gebruik van blauw asbest is verboden, gebruik van de andere soorten aan strenge regels gebonden. Tegenwoordig gaat men ervan uit dat de ‘vezelgeometrie’ (lengte-diameterverhouding) van de asbestvezels bepalend is voor het kankerverwekkend vermogen. Asbest is dan ook niet kankerverwekkend in de biochemische zin; kankerbevorderend is een betere omschrijving.

Waarschuwingen

In Groot-Brittannië werd asbestose in 1931 erkend als beroepsziekte. Ook in Nederland waarschuwde de arbeidsinspectie in de jaren ’30 al voor de gezondheidsgevaren van asbest.

In de jaren zestig van de 20e eeuw deed de Nederlandse bedrijfsarts J. Stumphius onderzoek naar de effecten van het gebruik van asbest als isolatiemateriaal bij scheepswerf De Schelde. Hij toonde aan dat werken met asbest kan leiden tot mesothelioom, een zeldzame, maar dodelijke vorm van kanker van het long- of buikvlies. Hij promoveerde in 1969 op dit onderzoek, dat werd gepubliceerd onder de titelAsbest in een bedrijfsbevolking. In dit boek waarschuwde hij voor de enorme gevaren en riep hij de Nederlandse overheid op maatregelen te nemen.

De asbestadvocaat en SP-politicus Bob Ruers is in maart 2012 gepromoveerd op het proefschrift Macht en tegenmacht in de Nederlandse asbestregulering. Hierin beschrijft hij waarom het zolang heeft geduurd voordat de overheid actie heeft ondernomen tegen asbest.

In 1978 werd spuitasbest, dat veel gebruikt werd ter isolatie in schepen en gebouwen, verboden. Vanaf 1984 werd asbest niet meer gebruikt in vinylzeil. Pas 15 jaar na bekend worden van de resultaten van het onderzoek, in 1993, werd de toepassing en verkoop van asbest in andere vormen niet langer toegestaan en gebruik in de bouw definitief verboden. Er is echter nog veel asbest in gebouwen aanwezig: naar schatting enkele miljoenen kilo’s. Bij beschadiging van een gebouw (bij verbouwing, sloop of brand bijvoorbeeld) vormt dit asbest een groot gezondheidsrisico voor iedereen die zich in en rond het gebouw bevindt.

In 1998 werd (her)gebruik van asbest door particulieren definitief verboden, maar nog veel oudere constructies bevatten dit materiaal. De brandweer in Nederland heeft aangepaste procedures voor calamiteiten waar mogelijk asbest bij vrijkomt.

Asbestwetgeving in België

Het Koninklijk Besluit van 28 augustus 1986 bepaalt dat ‘indien de technische mogelijkheid bestaat, moet asbest vervangen worden door vervangingsproducten die minder schadelijk zijn voor de gezondheid van de werknemers’.

Met het Ministerieel Besluit van 22 december 1993 werd voor bedrijven de verplichting ingevoerd om een asbestinventaris op te stellen, waarin onder meer vermeld wordt welke asbestproducten zich in het bedrijf bevinden, in welke staat ze zich verbinden en welke maatregelen er genomen zullen worden om blootstelling van werknemers te voorkomen.

Het Koninklijk Besluit van 23 oktober 2001 verbood de vervaardiging, het gebruik en het op de markt brengen van asbestbevattende producten.

Op 16 maart 2006 verscheen het Koninklijk Besluit ‘betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest’. Het KB is een omzetting van de Europese richtlijnen ter zake in het Belgisch recht.

Werknemers die ziek zijn geworden door blootstelling aan asbest (mesothelioom of asbestose) hebben recht op een schadevergoeding, die uitbetaald wordt door het Asbestfonds, dat deel uitmaakt van het Fonds voor de beroepsziekten.

Met betrekking tot de massale en wijdverspreide milieuverontreiniging door asbest in België is vooral de Eternit-fabriek te Kapelle-op-den-Bos in de actualiteit getreden.

De Vlaamse overheid heeft in de Vlaamse milieuwetgeving het beleid omtrent asbest verwerkt in de afvalstoffenwetgeving en probeert door middel van sensibiliseringscampagnes de burger te informeren omtrent het gevaar van asbest. Andere maatregelen die zijn uitgewerkt in het actieplan asbestbeheersing zijn onder meer opleidingen voor professionelen en diverse specifieke beleidsmaatregelen zoals administratieve uitwerking.

Bron: wikipedia.org